woensdag 19 maart 2014

Slogan Maart

De stad kleurt al paars, geel en groen
als teken van een vroege lente
vogels kwetteren de winter weg en
de zon verzacht het verdriet om al
diegenen die ons zijn ontvallen




DKO - AANGESPOELDE GEDICHTEN VAN DE LEERLINGEN VAN LITERAIRE CREATIE 2014 (Ellen KIl, Martine Verschueren, Annemie Vorsselmans, Dette Van Zeeland, Ann Willemen en Sonja Beernaert).

Nacht.

‘s Nachts is het donker
af en toe ook overdag:
als er een serieuze regenbui
in de lucht hangt

Mysterie.
Ongure buurten.
Verdachte personages en
misdaad.

In het donker gebeurt veel
In het verborgene.

Soms
Is donker gezellig:
Een verliefd stelletje kijkt naar de sterrenhemel,
Een duistere kamer staat vol brandende kaarsjes
(maar dan is het natuurlijk niet meer donker).

Donker is een geheimzinnige leegte,
waarin je verloren dreigt te lopen,
schimmen en geesten herleven,
hun eigen gang gaan.
Ann

papaverrood
het snoepje
op de kast
meisje staat op tippen
mislukt !

Ann
                         
Steentje
Grof scherp
Zeving draaiing slijping
Zijde vlak ring broche
Schittering straling verblinding
Fijn zacht

Ann
                                                                                  

Is dit dan wat men noemt liefde ?
Hoe ik in zijn ogen keek en alleen maar warmte zag. Hoe hij met z’n hand zachtjes mijn kaak beroerde en de tijd even leek stil te staan. Hij hoefde geen tedere woordjes te fluisteren. Ik voelde hoe hij mij genegen was door de liefkozende manier waarop hij met z’n andere hand door m’n haren woelde  … En hoe dan plots zijn lippen mijn mond zachtjes aanraakten… Een zoenen dat overging in een hartstochtelijke kus. Voor de tweede maal die avond leek er van tijd even geen sprake. M’n hoofd werd licht. Ik vleide me in z’n armen.

Ann

BIANCA CASTAFIORE

Laa lalalalala laaaaa
Laa lalalalala laaaaa
Lala lala lala  laaaaa
Lala lala lala  laaaaa
La aha aha aha aha ha haaaaa
La aha aha aha aha ha haaaaa

Ann

In stilte zit ik te tobben. Tijd tikt, ik knik naar mezelf. Ik hou van hem, ik hou niet van hem. Hij is de ware, hij is een leugen. Zijn parfum stinkt naar kaas. Hij is altijd vrolijk, steeds opgefokt. Verse eieren brengt hij mee, kippen kapt hij de kop af. Hij kan niet zonder mij, zit me achterna als een schoothond. Aan één stuk door praat hij, enthousiast, als een gek. Ik bewonder zijn filosofische wijsheid, haat zijn onhandigheid. Plots een bons, geklop. Ik stop met tobben en loop hem tegemoet. Mijn lief.

Ellen

Sorry Raymond,
Vorige keer won jij de trofee
’t Kunnen niet steeds dezelfde zijn
Ook al vond je het wel fijn
Maar er dingen nog mannen mee /
Neem nu ‘Ramses’ voor een keer
Hij kan de concurrentie aan
Met alles wat hij heeft gedaan
Al komt er nu helaas niks meer /
Dan is er nog ‘De Groot’
Die kan mij nog bekoren
Muziek gemaakt voor mijn oren
En die is nog niet dood /
Verder is er nog ‘De Kris’
Die wordt veel te weinig gehoord
Al heeft hij mooie dingen verwoord
Zijn ‘Amsterdam’ is toch niet mis? /
Om bij de doden te blijven
‘De Craene’ vond ik nog eens top
Zijn teksten zaten er steeds op
En geen muziek voor oude wijven /
Raymond, zo kan je zien
Je bent niet de enige in mijn leven
Die aan alles zin kan geven
Ook al verdien je wel een tien!

Annemie

Man zoekt vrouw
Vrouw zoekt man
Vrouw zoekt vrouw
Man zoekt man

Ik ben blij dat het hier nog kan
Er zij landen waar het niet mag
Daar betaalt hij een hoog bedrag
Als hij verliefd wordt op een man

’t Liefst belooft zij haar trouw
Willen zij samen een kind
Dat zich nu nog elders bevindt
Eeuwige trouw aan haar liefste vrouw

Wie veracht er nu mensen
Om wie zij willen zijn?
Ook al vind u het niet fijn
Zij hebben maar gewone wensen

Annemie

Eindelijk dacht ik
Ze doen er eens wat aan
Syrië verdomme
Al veel te lang te ver !
Grote vergadering dus
Allen daar naartoe
Montreux, daar zou ’t gebeuren !
Maar oeps, wat nu ?
Kleine fout, even over ’t hoofd gezien:
Jaarlijkse horlogebeurs
daar in mooi Montreux
’t hele circ verhuizen dus

100 doden verder

Ann

De Lijn heeft weer een grandioos idee
Inzetten gaan ze op de stad
’t platteland trekt maar z’n plan
Veel volk heeft het gehad

Meer auto’s op de baan dus weer
Vervuiling, file , accident
Kinderen, bejaarde medemens,
Uw leven is nog waard een cent !

Ann

Eindelijk reactie
Tegen de i-pad
Geef kinderen om te tekenen
Simpelweg een blad
Haal ze weg nu meteen
 Weg voor die PC
Laat een kind toch kind zijn
Trots op zijn  idee

Ann

Oh arm provinciehuis,
Wat vangt men met je aan
Je majestueuze toren
Parmantig over ’t stad
Het zal niet lang meer duren
Of ook hij gaat genadeloos plat
Te duur voor renovatie
Zo heeft men mij verteld
Herbouwen is goedkoper
Gevaarlijk die asbest
Ach, geld is er genoeg nietwaar
Geniet van wat  nog rest

Ann

ALS IK DANS…
Plier, plier, plier
Pas de chat
Tournez en dedans
Tournez en dehors
En jump, jump,
JUMP, SWING
Contraction, release
Chassez, chassez, chassez,
Coup de pied
 Ik kan goed mee !
Ik vlieg en ik zweef
Voel fantastisch dat ik LEEF !
Ik kan het, ik doe het
Dank je wel aan ’t publiek
En aan God voor ’t talent
IK BEN AL DANSEND VERWEND !

Ann

Mijn ideale stad

Een stad zonder winkels
Frietjes op het strand

Mijn ideale stad
Zonder auto’s, zonder brommers
Wandelaars, hand in hand

Kinderen lachen
Om de regen
Onder moeders paraplu

Oudjes neuriën
In de rij
Smullen van hier en nu

Ellen

Vriendschap

Vriendschap is zeggen:
“Die taart smaakt naar nog.”
Terwijl ze smaakt naar caoutchouc

Haar kat strelen
Ook als ze met haar nagels
Haken maakt in je broek

Juichen, schreeuwen, dansen
Als haar favoriete ploeg wint
Als haar god zijn celstraf kan ontlopen

Luisteren naar lange verhalen
Met de voeten op de zetel
Geen woord gewikt, geen woord gewogen

Ellen

 De muziek in mijn leven
Je stem
Een bliksem, donder
Waterval, een beekje
Soms een zachte zuiderwind
Altijd vurig, steeds verwonderd

Ellen

Een droom

Een droom van jij en ik, achttien
Arm in arm, een goed rapport
Huppelend door de gang
Klaar een weg door zee te banen

Met twee, alleen
Klappend in de handen
Fluitend als vogels
Storten we, het leven tegemoet

Ellen

Het vallen van de sneeuw

Vlokken dwarrelen neer
Omarmen de aarde
Als een warme deken

Vuil verstopt, een drol omfloerst
Tot de mens zijn zout strooit
En eigen smurrie bovenhaalt

Ellen

De winterzon

De winterzon geeft zombies kleur
Doet monden in slaapzakken lachen
Laat ijzige vingers dooien
Voelt warmer aan dan kerstlicht

Ellen

Zee

Een zandkasteel, een dam
Ik slok ze op
Een brief in een fles
Ik slok hem op
Schepen, gletsjers, de aarde
Ik slok ze op
Zelfs Noach kan mij niet dwingen
Wanneer ik niet wil

Ellen

WAT NU VOLGT IS TE BRAAF

De mars naar ’t stadhuis in oktober,
door velen als startschot aanzien,
die leek me toen niet al te sober,
met veel leedvermaak bovendien.

De eerste zin was :”Zet die ploat af !”,
er klonk toen een ander geluid.
Sindsdien ging ’t voor velen bergaf
en angst kroop toen onder hun huid.

Makak heten is plots relatief
‘ze beelden het zich toch maar in’.
‘War on drugs’ werd hét beleidsmotief,
al heeft dit geen enkele zin.

En wat hebben de scholen gekregen ?
Met minder presteren ze meer.
D’Antwerpse flikken daarentegen
die krijgen meer blauw keer op keer.

Cultuur wordt argwanend bekeken,
zij lopen zo niet in de rij.
Regenboogkleuren gaan verbleken,
ook t-shirts zijn niet meer echt vrij.

Als we dit op voorhand eens wisten,
ach, zo raken we nergens heen.
Maar kom, Sinjoor, laat je niet kisten,
want ’t Stad blijft toch van iedereen.

Martine

DANSWONDER

Als ik dans
wil ik Tina Turner achterna,
die is toch niet zo soepel meer.

Als ik dans
wil ik ’t Zwanenmeer in,
dat is niet zo diep meer.

Als ik dans
wil ‘k bij Alex Agnew headbangen,
diens haar is niet zo lang meer.

Als ik dans
wil ik de Vogeltjesdans tsjilpen,
dat is niet zo hip meer.

Als ik dans
wil ik gewoon stilstaan,
ik ben niet zo jong meer.

Martine

Volwassen

Mama leert vogels
Vliegen uit hun warme nest
Tot de kat ze vangt

Ellen

Knuffelrock

En op en neer
En heen en weer
Terwijl de presentator praat
Op het ritme van de plaat

Lik ik langs mijn lippen
Begin ik op het bed te wippen
Hij heeft een zwoele, warme stem
Ik droom steeds dat ik bij hem ben

Ik kreun, ik hijg, erin, eruit
De vonken springen van mijn huid
Ik zweet de climax tegemoet

Elf uur het nieuws. Ik schreeuw het uit
Smijt woest de radio door de ruit
Een vriend, nu kwijt, voorgoed

Ellen

Zijderups

Je groeit, valt niet op
Eet blad, klaar om te vliegen
Als vlinder, roomwit
Tot een vrouw je afwikkelt
Aan een zijden draad, morsdood

Ellen

Technisch wonder

Bompa kreeg als cadeau
Een gsm met bluetooth
Touchscreen, internet…
Belt Kevin in plaats van Koen
Stuurt lege sms’jes

Ellen

HOE ZOU HET MET HITLER ZIJN ?

Stil, luister, ik sta hier te kloppen
en ‘k vraag U : “Is er geen belet ?”
U wordt wit, U wilt zich verstoppen
want voor U staat Dolf, het skelet.

Ik ben lang geleden geboren,
toen ‘k dood ging, werd het dolle pret.
Sindsdien ben ik kilo’s verloren,
dat is zo : ik ben een skelet.

De wormen, zij aten mijn darmen
mijn longen, mijn hart, al mijn vet.
Mijn hersens kregen geen erbarmen,
zo werd ik meer en meer skelet.

Het is om zeep dat ik nu bedel,
want elk bot poets ik, rein en net.
Mijn dijbeen, een rib en mijn schedel
Dolf is op aard ’t knapste skelet.

Martine

Sneeuwvlok nat en koud
Zachtjes tegen struiken aan
Wandeling gedaan
Rustend op het klamme hout
Regen maakt jou ongedaan

Annemie

Hij is niet mijn baas
Hij denkt dat wel, domme Klaas
Is zo’n man van doen?
Hij verdient meer loon dan ik
Maar ik werk wel voor zijn poen

Annemie

Gisteren droomde ik van sneeuw
Van de rust die sneeuw geeft
Van al het pure dat het heeft
Wachten op die eerste sneeuw, lijkt een eeuw

Vandaag droom ik van veel zon
Vrolijk, langs het water op de fiets
Zomaar fietsen, naar het … niets
Eten, drinken, lachen, van alles een ton

Ik ben geboren in het verkeerde land
Eén met te weinig zon en sneeuw
Toch heb ik er mijn hart aan verpand

Nu hoef ik niet met zo’n boot mee
Vol van angst, zoekend naar wat geluk
In dit land leef ik zonder heimwee

Annemie

Muziek
Bijna 40 jaar geleden
Kwam jij mijn leven binnengereden
Niet fysiek
Wel met jouw muziek
Velen waren uitverkoren, weinigen was het gegeven
Om stand te houden in mijn leven
De juiste letters op wondermooie noten

Raymond, jouw liedjes passen bij mij als gegoten

Annemie

Vriendschap 

Veel te laat besef ik wat voor een vriend jij was
Nu weet ik op wie ik steeds rekende
Wij kenden mekaar van in de klas
Een mooie tijd die o zoveel betekende
De momenten met jou waren bijzonder fijn

Jij, mijn vriend, bent niet meer
Ik moet verder met die pijn

Annemie

Mijn ideale stad

Fietsen op de stoep
Lachen op de tram
Kwetteren in het park
Vrolijk op de bus

Niemand ziek, geen kliniek

Dansen op de straat
Dat is het, waar het in mijn stad om gaat

Annemie

Sneeuw
Ieder vlokje wit en puur
Is zijn weg kwijt
Maar na iets meer dan een uur
Zie ik een wit tapijt

Annemie

De zee

In het diepste van buik laat ik leven.
Aan alle anderen heb ik veel te geven.
Voor een frisse duik, maken jullie van mij gebruik.
Ook voor vervoer, voeding en reizen,
Bedingen jullie bij mij gunstige prijzen.

Plots krijg ik een gril.
Dan neem ik terug.
Soms veel. Vaak iets.
Ook al is dat leven nog pril.

Annemie
  
Mijn ideale stad
Wat ga ik er graag op pad
Om ’t verleden te proeven
Of gewoon wat te vertoeven
Op de Groenplaats , aan ’t Scheld
Zelfs van de Vlaaikensgang sta je versteld

Mijn ideale stad
Is een kleurrijk bad
Van smaken, kleuren en geuren
Met massa’s soorten deuren
Park, terrasje  of  bij de buren
‘k Zal je wel een kaartje sturen

Ann


Je hebt me nauwelijks gezien
En toch weet je het
Je hebt me amper gehoord
En toch weet je het
Ik hoef je nauwelijks iets uit te leggen
Want je weet het
Jij bent niet zomaar een kennis, een toevallige buur …
Maar dat weet je

Ann
 


                                                     Uitbundig sta ik mee te brullen
Of heupwieg me door de kamer
Start nu maar die polonaise
Zwaaien maar  met die servet

Langzaam komen  klanken  tot me
Tranen banen zich een weg
Of ik wordt zo weggezogen
Die ene stem schenkt mij een lach


Beatles, Bach  of Brel
Pokerface tot  Vier Seizoenen
Ann Christy , Dalidah , Celine Dion
Die moeten bij m’n leven horen

Kleinkunst, musical of pop
Neen, ik kan echt niet zonder
Pak je m’n muziek weg
‘k Zal van me laten horen

Ann

Bushalte
Even wachten …

Koud aan de voeten
Even wachten …

Handen wrijven
En nóg even wachten …

Hé, een vlokje  ?!
Nog éven wachten …

Vlokje twee en drie en vier
Bus rijd maar door :
Ik blijf lekker hier

Ann

                                                                       Begrafenis
Droevige boel
Op’ t kerkhof
Nog even groeten
Doffe ellende
Die intrieste lucht
Een laatste blik
Wou ik nog iets zeggen ?

De zon
Breekt door

Ik weet het weer :
Jij was een warme
Een liefhebbende vrouw

Ann

Neergedwarreld blad
Weerom verloren kansen
Heimwee naar wat komt

Ann

Angstig rond kijkend
Huiverend om wat niet is
Zichtbaar noch  tastbaar
Nu niet stilstaan , verdergaan
Omarm wat is en overwin

Ann

Vaak zag je hem staan
Een niet al te nette heer
Baard één meter lang
Noemde zich straatmuzikant
Van een fluitje van een cent

Ann

vlokje na vlokje
tot een dik tapijt
wit
witter

een lawine raast.

Martine

Falderalderie
falderalderipera.
‘k Zing een noot en zie
’t leven wordt een opera.

Hoe zou d’ aarde zijn
zonder een lied tralala ?
Niet eens half zo fijn,
dagen zonder troebaba.

Martine

alles gaat mis,
alles, maar dan ook
echt alles.

geraak niet uit mijn sloffen
geraak niet in mijn schoenen
geen water uit de kraan
geen zeep in het bakje

het valt me op dat – eens
wakker –
de dag niet meer
stuk kan

Martine
  
scherpe Noordenwind
gierend en huilend geluid
ijzige kilte
tastende, zoekende mens
gevonden geborgenheid

Martine

MUURVAST
Ik zit vast in de lift
Geen alarm, geen mens te horen
Ik zit vast tussen muren
Doffe dreunen, opgeslokt
Ik zit vast in een koekendoos
Vol vlekken, rood en blauw
Ik zit vast in een koker
Wat ruist er in mijn hoofd?
Ik zit vast tussen stemmen
Ze wensen me dood
Ik zit vast tussen mijn tralies
Spring weg, tot het behang
Ik zit vast in eigen bloed
Een vlieg tegen de muur

Ellen

Ik woon nu in een tent
Samen met papa en mijn zus
In een tent waar niemand ons kent

Ik mis mijn knuffels en ons huis
Dat huis was mijn thuis

Onze vlucht was lang en vol gevaar
Kogels alom
Op een donker pad waarvan niemand wist naar waar

Mama bleef daar
Te zwaar gewond
Zie ik haar ooit terug?
En gezond?

Morgen gaan wij aan boord
Naar een ander, veiliger oord

Ik mis mijn knuffels en ons huis
Dat huis was mijn thuis.

Ik ga naar school in het nieuwe land
Met niemand hier voel ik een band

Annemie

Ik word gek!
Mijn moeder is tachtig.
Dus volg ik haar aandachtig.

Heb ik daarbij nog een kind
Dat aandacht heel normaal vindt.

Daarenboven is er die vriend
Die uit gebrek aan sociaal contact
Steeds meer aan mij plakt.

Ik word gek!
De strijk moet gedaan.
Waar haal ik in godsnaam de tijd vandaan.

Ga ik ook nog eens naar de klas
Ten koste van de was en de plas.

Ik ben gek!
Behalve de moeder, het kind, de vriend, de strijk en de klas
Heb ik nog een voltijdse baan.

Wat doet een mens zichzelf toch aan!

Annemie

Lang geleden gebeurde het in een droom.
Ik klom in een boom.
Daar gleed ik uit over een schil.
En ik brak mijn bil.
Toen viel er een emmer water over mijn hoofd.
Ik was verdoofd.
Daarna kreeg ik een taart in mijn gezicht.
Ik zocht bang naar het licht.
Daarbij struikelde ik en viel op de grond.
Zo was het dat mijn moeder mij vond.
Een kleine meid naast haar bedje.
Voor haar waren dromen geen pretje.

Annemie

Ik heb zin in chocola
Ik heb zin in marmela
Ik heb zin in soep
Ik heb zin in snoep
Ik heb zin in chocoladepudding
Ik heb zin in kip met een vulling
Ik heb zin in een kalfslapje
Ik heb zin in een fruitpapje
Ik heb zin in paling
Ik heb zin in haring
Ik heb zin in konijn
Ik heb zin in wijn
Ik heb zin in een kroket
Ik heb zin in heel veel pret

Annemie

Wij zijn de wereld    (parodie   We are the World)


Zou er ooit een tijd komen
Dat we ons geroepen voelen
Dat we denken, dat we 't samen moeten doen?

Ja, er gaan misschien wel mensen dood
Er zijn vast ergens mensen in nood
Maar wat hebben wij daarmee van doen?

De wereld is er slecht aan toe..
Dat is toch zeker een groot verzinsel?
Iedereen moet toch op zichzelf letten
Dat is een goed beginsel

Ach ja, dat is toch hoe het is
Want wij, wij leven prima, op onszelf

Wij zijn de wereld
Wij zijn de kinderen
Wij genieten van elke dag
Dus laat ons lekker met rust

We hebben een keus gemaakt
We redden ons eigen leven
Ja het is waar, wij plukken de dag
Jij en ik

We kunnen toch moeilijk centjes sturen
We weten dat dat eeuwig gaat duren
O nee, wij zitten hier goed, tussen onze vier muren

Andere mensen hebben t misschien wel slecht
Dat wordt toch wel eens gezegd
Maar hey, ik heb ook wel eens een rothumeur
Dan begint ik toch ook niet met zo'n gezeur?

Wij zijn de wereld
Wij zijn de kinderen
Wij genieten van elke dag
Dus laat ons lekker met rust

We hebben een keus gemaakt
We redden ons eigen leven
O ja, het is waar, wij plukken de dag
Jij en ik

Dette

Verward
Ze kijkt verwilderd uit haar grote, mooie ogen. Daarachter zit iets rommeligs. Maar zij heeft er geen erg in, geen last van. Ze accepteert het leven in al haar absurditeit, speelt ermee en lacht. Slaat haar benen over elkaar, haar wollen sokken vuil. Een soort gelatenheid hangt om haar heen. Het is heerlijk om te zien. Haar haar in de war.
Dette

Wolken

Wolken zijn golven. Evengoed.
Ze worden gevormd door dezelfde krachten.
Golven zijn geen wolken. Dat is wel vreemd.

Dette

Het park
Het pretpark. Het wagenpark. Het stadspark.
Het parkzicht. De parkstad. Het parkgedicht.
De parkman. Het parkkind. Het parkverbod.
De parkwacht. Het parkeerverbod. De parkiet.

Dette

De auto


Broem, broem
Doet de auto
Waar is de auto?
Ik zie hem niet.
Broem, broem
Waar is hij?
Kan jij hem zien?
Of jij?
Welke kleur heeft de auto?
Geel?
Nee, het is een witte auto
Is hij groot?
Heel groot?
Nee, het is een kleine auto.
Ik zie hem.
Ja!
Waar is de auto dan?
Achter de zetel?
Nee, er is geen auto achter de zetel.
Maar waar is de auto toch?
Onder de stoel?
Nee, hij is niet onder de stoel.
Kijk, ik zie hem
Daar ……………………….

Sonja


Plasticine

Zoveel kleurtjes
Geel, blauw, groen, paars
Welk kleurtje ga je nemen?
Hmm
Rood vind ik mooi
En oranje
En paars
En groen

En welke kleur wil je graag?
Hmm
Mag ik
….
Ik weet het niet.
Weet je wat.
Ik geef je rood

Doe het doosje maar open.
Goed zo
Eerst het dekseltje opendraaien.
Niet opendraaien
Dat lukt niet,
openklikken
floeps het deksteltje ligt op de grond
OOh
Wat zit er in het potje?
Rood
En als ik het potje beweeg,
Blubbert het
Blubbert , blubbert
De plasticine
Ik neem de plasticine uit het potje
En de plasticine valt in mijn rechterhand
En ik gooi het in mijn linkerhand
Ik leg het op de tafel
En rol een worstje

Sonja

Ze krioelt over hem heen.

Als een spin die de weg niet weet,
in een land waar ze nooit was.
Alsof ze iets te zoeken heeft op de aardbol van zijn hoofd.
Linksom en rechtsom
kruipt ze en hangt met al haar gewicht om zijn schouders.

Met een ruw gebaar duwt hij haar weg.
Steeds weer, repetitief, haalt hij met een gelaten ergernis
haar lichaamsdelen van zijn lijf.
Weg, doe weg.

Maar ze blijft.
Ze kent dit land.
Het is haar vader.
Ze wil niets liever dan tegelijk
op alle plekjes zijn die haar vader is.
Als ze op een stoel wordt gedirigeerd,
zit ze binnen de kortste keren terug op zijn rug.
Als een insect dat niet opgeeft
en terugkomt voor meer.

Dette

Flitsen
doodstil
diepe streep
droge mond
dood paard
droge was
diep gat

pijlsnel
ravenzwart
jas
draagbaar
dor gras
ravijn

breekijzer
breekbaar
waarom?
blijf
niet doen
gevaar

Dette
GEMIS

Namen vlinderen door mijn hoofd
Toch kan ik het niet
Jou er één te geven
Mijn oren missen nu al
Dat ene eerste woordje
Dat een vrouw gelukkig maakt.

Ik mis je nu al,
Ook al ken ik je niet.

Nooit zal ik jouw bonzend hartje voelen
Nooit die warme gloed
Of in mijn hand tien kleine stokjes
Alsof het vingertjes waren
Een kick van jouw voetje
Die me volledig beroert

Ik mis je nu al
Ook al ken ik je niet


Ik wil je ook niet loslaten
Ook al zal ik je nooit vastgehouden hebben
Voor jou zal altijd plek in m’n hart zijn
Nooit zal m’n zoentje
Jouw pijnlijk neusje genezen,
Zal ik speels door je haren varen.

Weet je, Ik mis je nu al,
Ook al ken ik je niet.


Nooit zal ik je naam uitschreeuwen
Om een rondslingerende sok
Of hem fluisteren in je oor
Met gelukkige trots
Ik zal je nooit écht  moeten afstaan,
Want je bent niet geweest.

Verweesd
Traan per traan


                                                                  Ik zal je laten gaan.    

                                                                           Ann

Ik word gek!

Gek van de plannen, de kosten, papierwerk
Gek van de dozen, het sleuren, het pakwerk
Gek van mijn leeg, gezellig oud huis
Gek van het stof dat ik grommend opkuis

Gek van mijn beeldjes, geknakt in de vuilbak
Gek van die vaas die nog steeds niet weg mag
Gek van het rek, het hangt in de weg daar
Gek van de ruzie om welke kast waar

Gek van de buurt waar ik niemand meer ken
Gek van getoeter, geschreeuw en gejen
Gek van de nissen, gevangenismuren
Gek van de buren, die zitten te gluren

Gek van het speelgoed waarover ik val
Gek van de stank van muizen, een stal
Gek van die dunne fontein
Wat voel ik me hier klein

Ellen

    Verliefd :
    Verliefd. Voor ’t eerst .
    Hij dé zanger, ik een fan.
    Eén ontmoeting slechts.
    Ik was verkocht.
    Vlinders in m’n buik.
    Haast ging ik door m’n benen.
    Verlamd leek ik
    Van m’n hoofd tot in m’n tenen.

    Ann

 Brandhout

Kast van je overgrootouders
Erfstuk van hun overgrootmoeder
Wel tweehonderd jaar oud
Bloemen, bogen, spiegelglas, marmer
Geboend, tegen memel behandeld
Spiegel voor jezelf
Kunst met een verhaal
Pronkstuk in de living

Nieuwe stoelen van IKEA
Witte tafel, kunststof blad
Inox maakt de kast verouderd
Donker hout tussen lichte meubels
Past niet meer, moet weg
Glas versplintert, Hout verbrandt
Afgeschreven in de kachel

Ellen








donderdag 23 januari 2014

voorbeelden van creatief schrijven


ELLEN KIL

1. HAIKU

Volwassen

Mama leert vogels
Vliegen uit hun warme nest
Tot de kat ze vangt

2. SONNET

Knuffelrock

En op en neer
En heen en weer
Terwijl de presentator praat
Op het ritme van de plaat

Lik ik langs mijn lippen
Begin ik op het bed te wippen
Hij heeft een zwoele, warme stem
Ik droom steeds dat ik bij hem ben

Ik kreun, ik hijg, erin, eruit
De vonken springen van mijn huid
Ik zweet de climax tegemoet

Elf uur het nieuws. Ik schreeuw het uit
Smijt woest de radio door de ruit
Een vriend, nu kwijt, voorgoed

3. TANKA

Zijderups

Je groeit, valt niet op
Eet blad, klaar om te vliegen
Als vlinder, roomwit
Tot een vrouw je afwikkelt
Aan een zijden draad, morsdood

4. KYOKA

Technisch wonder

Bompa kreeg als cadeau
Een gsm met bluetooth
Touchscreen, internet…
Belt Kevin in plaats van Koen
Stuurt lege sms’jes


MARTINE VERSCHUEREN

ARME IK

Ik ben voor het ongeluk geboren,
neen, ’t leven, dat zit me niet mee.
Mijn windjes kan iedereen horen,
in ’t orkest breekt mijn pauk in twee.
                  Steeds blijft mijn leer ergens aan haken,
                  zit ik op ’t dak,  valt z’op de grond.
                  Als ik kus, krijg ‘k kramp in mijn kaken,
                  mijn lief zoent nog liever mijn hond.
Mijn ezel weet steeds te ontsnappen,
Zeg ‘k “Ju” zet’ie geen stap vooruit.
‘k Smeek Murphy of hij op wil stappen
want zo houd ik het niet meer uit.
                 
ELK HUISJE HEEFT ZIJN KRUISJE
Respect voor elke job, komaan zeg ! Een vakbond heeft ze niet, stakingsrecht evenmin.  Als zij eens
het werk zou neerleggen …
Begint zij te kuisen, poetst iedereen de plaat.  Ze laat zich schuren en met boenwas wordt het er nog
eens flink ingewreven.  Ze wordt erbij gelapt als ze met een zeemzoet gezicht aan de ruiten begint. 
Haar leerstof ligt enkel op kasten.
Ze bakt er niets van, doet olie in de wok.  Kokend van woede zet ze een pot water op het fornuis. 
Even later zit ze in de puree en ze krijgt een saus over haar heen.
Ze krijgt ook een veeg uit de pan voordat ze aan de afwas begint.  Samen met de kopjes worden haar
hersenen gespoeld.  Ze wordt afgedroogd.  Soms breekt ze …
Met uitgestreken gezicht plooit ze de strijkplank op.  We laten haar stikken als ze kleren wil
verstellen.  Maar wil ze wel naaien ?
Toch voelt ze zich opgeruimd als ze opruimt.  Na de bedden maakt ze zichzelf op.  Want haar nieuwe
man komt deze avond …

HOE ZOU HET MET HITLER ZIJN ?

Stil, luister, ik sta hier te kloppen
en ‘k vraag U : “Is er geen belet ?”
U wordt wit, U wilt zich verstoppen
want voor U staat Dolf, het skelet.

Ik ben lang geleden geboren,
toen ‘k dood ging, werd het dolle pret.
Sindsdien ben ik kilo’s verloren,
dat is zo : ik ben een skelet.

De wormen, zij aten mijn darmen
mijn longen, mijn hart, al mijn vet.
Mijn hersens kregen geen erbarmen,
zo werd ik meer en meer skelet.

Het is om zeep dat ik nu bedel,
want elk bot poets ik, rein en net.
Mijn dijbeen, een rib en mijn schedel
Dolf is op aard ’t knapste skelet.

BURN OUT
Eindelijk ben ik er weer, in een klein stationnetje.  Het steekt me hier meer en meer tegen ; veel liever zou ik in Antwerpen Centraal gaan werken.  Maar nee dus, in Oud Heverlee hebben ze me gestoken, in een station van een voorschoot groot.
En dat is nog niet alles : voor dag en dauw moet ik opstaan om hier ’s morgens in de vroegte te kunnen beginnen.  Wat valt er hier nu te beleven ? Niets natuurlijk, want heel Oud Heverlee slaapt nog.  De direct naar Waver is er binnen een half uur en de boemel naar Leuven komt pas over een uur en half.  Maar ik moet hier wel zijn, zogezegd om den Akke af te lossen.  Ik was veel liever in mijn nest blijven liggen, bij ons Marie, maar ja, den Akke is geen groot licht, en hij doet elke nacht dezelfde stommiteiten  Eens zien of hij deze nacht tot de jaren van verstand gekomen is.
Maar nee, natuurlijk niet.  Daar staan ze weer weer hoor, die zeven wagentjes van den Akke.  Iedere ochtend opnieuw ; ik durf er de kop van ons Marie voor verwedden.  Altijd dezelfde zeven wagonnetjes op één van de twee sporen die dit stationnetje rijk is.
Zie ze daar staan, netjes op een rij.  Er is er geen één die eens op een zijspoor staat, ’t zijn net de zeven kaboutertjes, maar dan zonder Sneeuwwitje.  A ja, want de locomotief, die is er nooit.  En wie moet er elke dag voor zorgen dat dat rijtje aan de zijkant staat voordat de direct naar Waver passeert ? Ikke, Bibi dus.
Ah, daar zie ik den Akke.  Dat noemt zich dan een machinist, maar voor mijn part had hij beter voor vlaggenstok gestudeerd.
Maar wat doet hij nu ? Die is zot geworden ! Waarom staat hij daar nu zo stom te draaien aan dat wieleke ? Daarmee krijgt ge begot die locomotief niet voor die zeven wagonnetjes, hé !
Zeg, Akke, Akke ! Ga de lokomotief eens halen in hangar twee ! Akka, akka, komaan zeg, straks is de direct er al.  Allee, het begint te …
AKKE, AKKE, NEE ! NIET OP HET KNOPJE VAN HET FLUITSIGNAAL DUWEN !!  TUUT, TUUT ! Lap, te laat ! Die Akke denkt dat hij thuis de plezantste is zeker ? En nu is heel Oud Heverlee wakker, en bij wie komen ze reclameren als ze de boemel naar Leuven nemen ? Ja zeker, bij Bibi ; ik kan het weer oplossen
Ik ben het beu.  ’t Gaat niet meer.  Ik trap het af.  Nu ! En ik neem den Akke mee ! Weg zijn wij.

ANNEMIE  VORSSELMANS

Wat maakt toch dat ik van die inspiratieloze weken heb, vraag ik mij af ?
Slaap is het antwoord.
Of beter het gebrek eraan.
Wat houdt een mens dan zoal wakker?

Afgelopen week had ik nachtshift.
’s Nachts werken is niet zo erg.
Overdag slapen is moeilijk.
Zeker als er tijdens die nachten dingen gebeuren die je niet onmiddellijk kan loslaten
Zoals afgelopen zondag het geval was.

Rond half 3 werd er op de deur gebonkt. Toen ik ging kijken wat er zo dringend was, trof ik een jongeman aan die om water vroeg.  Zijn vriend, die iets verderop tegen de grond lag, voelde zich niet goed.
Ik gaf hem een fles water en vroeg of het niet beter was de hulpdiensten te verwittigen?
Na wat water gedronken te hebben zou zijn vriend zich vast wel beter voelen, verzekerde de jongeman mij.
Omdat ik van op die afstand  in het donker de situatie niet goed kon inschatten, belde ik toch maar de politie met de vraag of zij een kijkje konden nemen.
We bevonden ons vlakbij een discotheek, en dit waren de zichtbare gevolgen.
Vanuit het raam trachtte ik de verdere gebeurtenissen op te volgen.
De politie kwam, bekeek de dronkenlap en reed verder.
Enkele minuten later kwam de jongeman nog wat water vragen.
Nogmaals vroeg ik hem of het niet beter was om een ziekenwagen te vragen.
De jongeman werd kortaf. In dat geval zouden de ouders van de dronkenlap ongerust zijn. Zij zouden van de kust naar hier moeten komen voor niets en boos worden op de dronkenlap. De politie had hem verzekerd dat het zo wel beter zou gaan met de dronkenlap.

Een halfuurtje later kwam het duo binnengewandeld.
Of beter, de jongeman zeulde de dronkenlap binnen.
De dronkenlap leek een lappenpop. Helemaal onderkoeld, reageerde hij op niets of niemand. Hij opende zijn ogen niet.
Ik nam de telefoon en belde de 100.
De jongeman maakte zich druk over de eventuele reacties van de dronkenlap zijn ouders.
Zij waren naar hier gekomen  voor een verjaardagsfeestje. De rest van het gezelschap bevond zich nog in de discotheek. Hij wilde dit feestje niet in mineur afsluiten.

Dat zij daar maar eerder aan hadden moeten denken, antwoordde ik vinnig.
En dat ik nu nog wel naar de ouders durfde te bellen, maar binnen een uur misschien niet meer. Dat die ouders boos zouden zijn op hun zoon vond ik aannemelijk. Dat de zoon zijn vrienden daar bij betrokken waren en de ouders niet goed onder de ogen konden komen, begreep ik ook nog.
Maar ik wilde vooral voorkomen dat de ouders niet meer boos konden zijn op hun zoon en anderen de schuld zouden geven.
De jongeman werd voor rede vatbaar.

De ondertussen aangekomen ambulanciers voerden de dronkenlap af. De jongeman keerde terug naar de discotheek. Ik zette mijn werk verder.
Toen ik later op de dag thuis kwam, liet het voorval mij niet los.
’s Nachts werken was niet zo erg.
Overdag slapen werd heel moeilijk.


 ANN WILLEMEN

Monoloog : Een hart kan niet vergeten

Ik word gek…
Noteer dat maar … Langzaam maar zeker word ik gek…
Je zal’t wel zien … “Neen, Mevrouw, u lijdt aan een beginnende vorm van dementie.”
Dement of gek , op’t einde is ’t toch allemaal hetzelfde: Je wéét niet meer wat je doet. Amen en uit.
‘k Heb dat bij mijn grootvader gezien : dementie. Alzheimer was’t officieel. Een gruwelijk beest .
’t Maakt niet alleen ’t leven van de patiënt kapot. Maar dat van heel wat nabije mensen. Te beginnen
met de partner natuurlijk. Enfin, dat staat mij dus ook te wachten. En m’n familie.

STILTE

Ik mag er niet aan denken… niet meer kúnnen denken …
Wie heeft er zoiets vreselijks bedacht ? ! Een lamp die meer en meer uitdooft in een steeds heviger
opkomende mist. Al wat je mens maakt, wordt je zomaar afgepakt… Op ’t eind vaak niet meer kunnen lezen, tv kijken, spreken… alleen nog vergeten. Vergeten wie je kleinkinderen zijn , je eigen kinderen, … je man met wie je lief en leed hebt gedeeld… je eigen naam vergeten… gewoonweg niet meer weten wie je bent…weg identiteit .

STILTE

Weet je , ik ben bang . Doodsbang ! Sinds ik het weet heb ik wekenlang bijna geen oog dichtgedaan.
Al moet ik eerlijk bekennen : ik voelde al langer iets. Je vindt je sleutels niet, je gsm, je bankkaart …
Zoekt hopeloos achter dat ene blad omdat … omdat… en dan weet je niet meer waarom. Je vergeet een keer een afspraak. Laat je kleinkind huilend  aan de schoolpoort staan. Weet niet meer wat je gisteren at, wat je op tv zag, wie je ontmoette… je weet gewoonweg niet meer wat je deed. En dan die namen ...
van vrienden,kennisen, soms van een collega, die nicht van dingeske … je weet wel… die we vorige week nog zagen, daar bij die kledingzaak… je weet wel … op de Meir. Hoe heet ze nu weer ?...
Godverdomme, dat mens haar naam ! Jij weet het toch, schat… wel die nicht van je weet wel wie ik bedoel ! Ach, laat ook maar !
En hopeloos kasten overhoop gooien om dat ene ding te zoeken dat je nodig had om … je weet wel !
Kwaad ? Tuurlijk word ik regelmatig kwaad ! Dat mag je gerust weten.  Op  die stomme, stomme ziekte !  Razend omdat iemand me dit aandoet ! Woedend op God, die je tegelijkertijd meer dan ooit in vraag stelt. En hopeloos zoekend naar een antwoord op de vraag waarom het lot net jou uitkoos.

STILTE

Zouden zij het zien, die anderen ? Je man ? Je dochter of je zoon ? De kleinkinderen ? Zouden die zien dat er wat misloopt met oma ?
Iedereen staat toch wel eens op een receptie met pantoffels aan ? Of vergeet z’n boodschappentas
op de tram ? … Ok, dan wel geen zes keer misschien.
Maar ik wil niet dat iemand het weet. Ik wil niet dat iemand het aan me ziet. Ik moet sterk zijn, controleren ! Alles checken… vier, vijf keer !
Maar wat als ik het gasfornuis ooit laat open staan ?... Wat als ik thuis begin weg te lopen op zoek naar iets dat ik dan toch niet meer weet…Dat m’n man telefoon krijgt van de politie dat hij “mevrouw mag komen ophalen op volgend adres “

STILTE

En toch is er iets dat heel lang zal blijven hangen : de liedjes van vroeger.  Mijn grootvader kon ze niet meer meezingen, maar je zag herkenning in z’n ogen. Tot ’t laatste moment bijna.
Iedereen van buitenaf zei : “Hij is een plant !” En dat maakte ons zo moe. Hij was geen plant hoor !
Hij had nog z’n gevoelens … kon nog genieten van kleine dingen zoals een maaltijd…

STILTE

Ik wil géén plant worden ! Ik wil mens blijven … ik wil nog voelen, horen, ruiken … genieten…
Vanaf nu elke dag, elk moment … elk ogenblik.

STILTE

Ik wil niet vergeten dat ik van je hou, Gaston . En daarom schrijf ik het nu alvast op .

(pakt pen en papier en gaat al schrijvend verder, af en toe opkijkend en peinzend)

Gaston,als ik je naam niet meer kan zeggen… als ik niet meer weet wie je bent …
Weet dan , Gaston, dat ik tot in ’t oneindig van je hou. Ik wil niet dat je zelf voor me zorgt, dat is een veel te zware last…Kom gewoon af en toe langs en houd m’n hand vast … en zing de liedjes voor me die we vroeger samen zongen … en bid voor ons.
En ook de kinderen, Gaston, zeg hen dat ik een …trotse moeder ben die altijd zielsveel van ze zal houden… ook al kan ik hen dat niet meer tonen.
Aan de kleinkinderen zeg je maar, Gaston, dat oma … heel erg moe is en dat ze daarom alles vergeet… Maar dat zij voor altijd in oma’s hart zullen zitten … en dat een hart niet vergeten kan.


DETTE VAN ZEELAND

Flitsen


dood stil
diepe streep
droge mond
dood paard
droge was
diep gat

pijl snel
raven zwart
jas
draag baar
dor gras
ravijn

breek ijzer
breek baar
waarom?
blijf
niet doen
gevaar


Ik werd gek.

Ik liep 's nacht over straat en hoorde de muziek tegen me spreken.
Ik zag het bloed van een verslaafde gek en verstond hem.
Drie donderslagen klonken recht boven mijn hoofd.
Ik zag de nummers om me heen,
het waren steeds dezelfde.
Hij kwam op bezoek,
Ik bedreef de liefde met hem,
maar hij was niet echt.
Ik dronk whiskey en whiskey.
Ik luisterde naar de radio,
zag waar de mensheid heen ging.
Schreef een brief naar Amerika,
omdat het zo belangrijk was.

De muziek was voor mij geschreven.
De donder en bliksem was om mij te verlichten.
De keuze was op mij gevallen.

Ik stond op een vliegtuig en sprak de mensen toe.


File

De Haust toastjesfabriek kent veel files
De worsten deeg glijden over snelwegen door de hal
Op knooppunten gaat het mis
Daar regelen mannen met harkjes het verkeer
Een rij toastjes valt geregeld van de band
In de laatste machine verloor ik bijna mijn hand


SONJA BEELAERT


De auto

Broem, broem
Doet de auto
Waar is de auto?
Ik zie hem niet.
Broem, broem
Waar is hij?
Kan jij hem zien?
Of jij?
Welke kleur heeft de auto?
Geel?
Nee, het is een witte auto
Is hij groot?
Heel groot?
Nee, het is een kleine auto.
Ik zie hem.
Ja!
Waar is de auto dan?
Achter de zetel?
Nee, er is geen auto achter de zetel.
Maar waar is de auto toch?
Onder de stoel?
Nee, hij is niet onder de stoel.
Kijk, ik zie hem
Daar ……………………….



 TIMMY VRANKEN

De toxiciteit van het ideaal

kracht is een deugd
maar fysisch gesproken
stopt een mens op 9G
het als een deugd te ervaren

Status en waarden
zijn omgekeerd evenredig
daarom betrad ik nooit
het pad van advocaat

liefde is een vergiftigd geschenk
en draagt herpes met zich mee
eenzaamheid is doenbaar
zonder al die groeiende blaasjes

connecties zijn handig
nu allemaal digitaal
mijn sociaal leven als call center
vereist kennis van netwerkbeheer

dancing in the rain
vlucht in de romantiek
mar bij de eerste neerslag
gooi ik mijn vensters toe

spelfouten domineren mijn levensverhaal
maar mijn boek wordt meer
dan een zielloze binding
van gerecycleerd papierwerk.

LAURA NURMI

A is voor aap
B voor beer
C voor cavia
D voor dromedaris

Het verschil tussen en kameel en dromedaris
is at de kameel twee bulten heeft en de dromedaris maar één

E is voor ezel
F  voor fazant
G voor giraf
En H voor haai

Sommige haaien hebben lichtgevende organen
die ze gebruiken voor camouflage

I is voor ijsbeer
J voor jaguar
K voor kameel
L voor leeuw

Het swahiliwoord voor een leeuw
is Simba

M is voor mier
N voor neushoorn
O voor olifant
P voor paard

Een paard slaapt maar twee of drie uur
per dag

Q is voor euh, vergeet het maar
R voor ree
s voor slang
T voor tijger

Een kruising tussen een leeuw en
een tijger heet een lijger

U voor uil
V voor vleermuis
X voor hhmm, laat maar
Y voor yak
Z voor zebra

Er is geen enkel dier wiens naam met een X begint
in het Nederlands










slogan Januari


Door nieuwe klanken hier,
mooi gekozen woorden daar
maken we ons klaar voor een warm jaar
en kunnen we elke storm veranderingen aan.


dinsdag 3 december 2013

slogan december


Belletjes klinken in de verlichte straten
Woorden van troost en liefde vallen als vlokken sneeuw
Wij komen samen en denken even
Aan hen die in oneindige duisternis rusten
En zij die de wereld met nieuwe ogen zien

slogan november


De doden zijn herdacht met tedere woorden 
en herinneringsdrachtige klanken.
De natuur treurt om de zomer met
stortregens en fluitende wind.

vrijdag 27 september 2013

slogan oktober 2013

Met het schrille lachen van heksen en het janken van spoken
doet oktober zijn intrede.
Wegstervende gitaarklanken en knetterende kampvuren
verdwijnen in een kakafonie van halloweenmuziek.

vrijdag 21 juni 2013

Slogan Juni

Buiten vechten zon en regen
Binnen buitelen klanken over elkaar
door een teveel aan akkoorden
woorden stapelen zich op
tot ellenlange dialogen
tijd nu om in de bossen en weiden rond te dwalen
met blote benen en sandalen.

Slogan Juli

Nu ruilen we muziek en woord
voor een vakantie in een exotisch oord
en de gitaar en klarinet voor
een badpak en snorkelset.

Slogan Augustus

Een nieuwe oogst biedt zich aan
open nu de tas met instrumenten
ga klaar staan voor vindingrijke esbatimenten
vul het hoofd met een heleboel tekstfragmenten.